|
Het water dat Rome bereikte, vloeide in reusachtige hooggelegen
cisterns (castella). Van hier ging het in loden pijpen (calises)
naar de verschillende
stadsdelen. Deels voor de keizer, deels voor de rijken (als ze ervoor betaalden,
tot aan hun huis!), de
rest werd verspreid door de publieke fonteinen in de stad.
Een groot deel van het water was
bestemd voor de thermen (bv. die van Caracalla
(zie de tekening + uitleg); deze thermen werden
begin 3e eeuw door Septimius Severus en Caracalla gebouwd aan de Via Nova.
De thermen, waarvan door iedereen als symbool van keizerlijke vrijgevigheid
gratis gebruik gemaakt kon worden, waren tot in de zesde eeuw in bedrijf. Er konden 1600 mensen tegelijk baden en verpozen (in
shifts van 2 uur; reken op ongeveer 4 shifts per dag!).
De Aqua Antoniana,
in het zuiden van het oude Rome, voorzag het Badhuis
van Caracalla van water. In de thermen
van Diocletianus,
een eeuw later wegens de groeiende behoefte van de bevolking naar badinrichtingen gebouwd
door Maximianus, medekeizer van Diocletianus; het was
op dat
moment het grootste thermencomplex van de stad, 3000
personen per shift!.
Diverse arbeiders waren eeuwenlang constant aan het repareren van en het
uitbreiden van het watersysteem, onder supervisie van de curator aquarum.
1.
Ingang 2. WC 3. Palaestra (sportruimte) 4.
Apodyterium (omkleedruimte) 5. Tepidarium (hier werd
je ontdaan van vuil en zweet) 6. Caldarium (heetste
ruimte in het badhuis) 7. Frigidarium (koudwaterbaden) 8.
Amusementsruimte 9. Tentoonstellingsruimte (kunst;
goed voor de geest) 10. Eten en drinken |