|
Het
probleem: hoe kan je je verzekeren van een regelmatige toevoer van water door
alleen gebruik te maken van de zwaartekracht? Meestal gebeurde het vervoeren van water onder de grond, maar op
sommige plekken kon dat niet. De Romeinen bijvoorbeeld bouwden dan bogen van beton en steen.
Zo'n waterleiding moest over de hele lengte precies even schuin aflopen, want dan
bleef het water even hard stromen.
|
|
De vroegere "aquaducten" waren eenvoudige kanalen uitgehouwen in de
rotsen vanaf de bron tot aan de reservoirs ("tanks"), bijvoorbeeld in
Rome. De diepte van
het kanaal varieerde. Men boorde schachten om het water te ventileren en om
toegang
te verschaffen aan onderhoudsmedewerkers. Diverse gedeeltes werden bovengronds overbrugt,
letterlijk. In het begin volgde het bovengrondse deel de contour van het landschap
(zie het tracé van de Gard aquaduct hieronder), later
durfden de architecten hogere bouwwerken aan (zie bij techniek!); door de invoering van de techniek van blokkenbouw werd het
mogelijk grote solide bogen te construeren voor het dragen van de bovenbouw. Zo
konden moeilijkheden met een onregelmatig terrein worden overwonnen, waardoor de
lengte werd verkort.

|