|
Nazca De Nazca hadden een hoogontwikkeld, speciaal aan
de omgeving aangepast irrigatiesysteem ontwikkeld. Tussen
januari en april begon de regentijd op de hoogvlakte.
Rivieren brachten het water het dal in. Een groot deel ervan verdween in de bodem en vloeide
dan via geologische breuken naar een ander gebied. In
het leefgebied van de Nazca was het zeer droog. Daarom
werden er greppels en tunnels (puquios) gegraven om
bij het ondergrondse water te geraken (water werd afgetapt
en opgeslagen voor irrigatiedoeleinden). Nu nog zijn
er 29 van in gebruik, vroeger waren er dat zeer zeker
meer. Deze
waterleidingen zijn ongeveer 1 km lang.
 De wanden
van de tunnels werden toentertijd bekleed met kiezelsteentjes
en -gruis; tegenwoordig met beton. Eenmaal uit de grond
werden de kanalen bedekt met stenen platen of boomstammen,
zodat het water niet verdampte.
De kanalen en
tunnels werden ieder jaar gereinigd. Hiervoor werden
trechtervormige openingen (ojos) in de kanalen
gemaakt.
De eerste puquios zijn waarschijnlijk
in de 4e eeuw na Christus aangelegd, na een grote droogteperiode.
|